**1.** Bij het uitwisselen van persoonsgegevens tussen gebruikers onderling, waarbij een persoonsnummer wordt gebruikt als middel om persoonsgegevens in verband te brengen met een persoon aan wie een burgerservicenummer is toegekend, wordt het burgerservicenummer van die persoon vermeld.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover:
ten behoeve van de desbetreffende gegevensverwerking bij of krachtens wet het gebruik van een ander persoonsnummer dan het burgerservicenummer is voorgeschreven;
sprake is van bijzondere omstandigheden waarin het gebruik van het burgerservicenummer in een individueel geval onwenselijk is met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, de opsporing of vervolging van strafbare feiten dan wel de veiligheid van de staat.
Het eerste lid treedt ten aanzien van de politie, bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 1993, in werking op 1 januari 2010. Het eerste lid treedt ten aanzien van Onze Minister van Justitie in werking op 1 januari 2010. Het eerste lid treedt ten aanzien van de gebruikers genoemd in artikel 5 van Stb. 2007/444 in werking achtien maanden na het tijdstip waarop de artikelen 5 en 6 van de Handelsregisterwet 2007 in werking zijn getreden (1 februari 2010 (Stb. 2008/242)).
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Wet algemene bepalingen burgerservicenummer· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 november 2007