**1.** In afwijking van artikel 23, wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 20a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:
het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, te vermenigvuldigen met:
het tenderbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 22, vierde lid, indien deze som lager is dan het tenderbedrag;
nul, indien de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 22, vierde lid, gelijk is aan of hoger is dan het tenderbedrag en lager is dan of gelijk is aan het opbrengstgrensbedrag; of
het opbrengstgrensbedrag, verminderd met de som van de voor het betreffende kalenderjaar geldende correcties die worden vastgesteld op grond van artikel 22, vierde lid, indien deze som hoger is dan het opbrengstgrensbedrag; en
de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
**2.** Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
**3.** Artikel 23, tweede, derde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.
§ 3 › § 3.3
Artikel 23a
Artikel 23a
Onderdeel van Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026