**1.** Het in artikel 21, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen gestelde verbod geldt mede voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, van door de Minister aangewezen niet speciaal voor nucleair gebruik in een dergelijke inrichting ontworpen drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken.
**2.** Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde drukapparatuur is artikel 21, tweede, derde en vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, en onderdeel b, vijfde lid en zevende en achtste lid, van het Besluit kerninstallaties splijtstoffen en ertsen van overeenkomstige toepassing.
**3.** Deze regeling is niet van toepassing op drukapparatuur waarop de Regeling vervoerbare drukapparatuur 2011 van toepassing is.
Ook gepubliceerd in Stcrt. 2024/33947.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van
2 september 2024 tot wijziging van het Besluit kerninstallaties,
splijtstoffen en ertsen, het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen
en radioactieve stoffen, het Besluit basisveiligheidsnormen
stralingsbescherming en het Besluit in- uit en doorvoer van
radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen in verband met
de herschikking en verbetering van delegatiegrondslagen en herstel
van enkele onvolkomenheden (Wijzigingsbesluit algemene maatregelen
van bestuur Kernenergiewet 2024) in werking treedt.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Regeling nucleaire drukapparatuur· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025