Indien voor de toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep het afleggen van een eed of belofte is vereist en de formule van deze eed of belofte niet door de migrerende beroepsbeoefenaar kan worden gebruikt, draagt Onze Minister die het aangaat ervoor zorg dat de migrerende beroepsbeoefenaar een passende gelijkwaardige formule kan gebruiken.
Hoofdstuk 2
Artikel 18
Eed of belofte
Onderdeel van Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 augustus 2021