Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Onderdeel A vindt voor het eerst
toepassing op de opbrengst van de in artikel 1 van de Wet op de
dividendbelasting 1965 bedoelde aandelen, winstbewijzen en
geldleningen, die op of na 1 januari 2008 ter beschikking is
gesteld. Onderdeel B vindt met betrekking tot een vennootschap die
voor de heffing van de vennootschapsbelasting wordt aangemerkt als
beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de
vennootschapsbelasting 1969 voor het eerst toepassing met betrekking
tot de opbrengst van de in artikel 1 van de Wet op de dividendbelasting
1965 bedoelde aandelen, winstbewijzen en geldleningen, die aan deze
vennootschap ter beschikking is gesteld in het boekjaar voor de heffing
van de vennootschapsbelasting, dat aanvangt op of na 1 januari
2008. Onderdeel D vindt met betrekking tot een
inhoudingsplichtige die voor de heffing van de vennootschapsbelasting
wordt aangemerkt als beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 28 van
de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor het eerst toepassing met
betrekking tot ten laste van de inhoudingsplichtige ingehouden
dividendbelasting en buiten Nederland ingehouden en drukkende
belastingen aan de bron op de opbrengsten van aandelen, winstbewijzen
en geldleningen, die zijn ingehouden op opbrengsten die ter beschikking
zijn gesteld in het boekjaar voor de heffing van de
vennootschapsbelasting, dat aanvangt op of na 1 januari
2008
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Overige fiscale maatregelen 2008· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2008