Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4

Artikel 4.10

Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

Onderdeel van Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2015

1. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 1°, of de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 2°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover: het Landelijk Meldpunt, onmiddellijk telefonisch; de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar uiterlijk de eerstvolgende werkdag per elektronische post op de hoogte; de gezagdragers van de jeugdige. 2. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 3°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover: de politie zo spoedig mogelijk per elektronische post; de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar zo spoedig mogelijk per elektronische post op de hoogte; de officier van justitie of advocaat-generaal die de ongeoorloofd afwezige vervolgt of heeft vervolgd, zo spoedig mogelijk per elektronische post; de gezagdragers van de jeugdige. 3. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 1°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover zo spoedig mogelijk: de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar per elektronische post op de hoogte; de betrokken gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. 4. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 2° en 3°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover: de politie zo spoedig mogelijk per elektronische post; de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar zo spoedig mogelijk per elektronische post op de hoogte; de gezagdragers van de jeugdige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel