**1.** De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 1°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan de betrokken gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
**2.** De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 2° en 3°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
de politie;
de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.
**3.** De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, zo spoedig mogelijk na constatering ervan aan de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar per elektronische post op de hoogte.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 4.7
Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid niet-strafrechtelijk geplaatsten
Onderdeel van Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2015