Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Wet basisregistratie adressen en gebouwen· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

1. Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 37 of een verzoek als bedoeld in artikel 38 besluiten burgemeester en wethouders over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven. 2. Indien burgemeester en wethouders niet binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn na de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, hebben besloten over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven plaatsen zij in de basisregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek». 3. Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk doch niet later dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, omtrent wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel