Naar hoofdinhoud

§ 3 › § 3.4 › § 3.4.1

Artikel 7d

Artikel 7d

Onderdeel van Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 18 juli 2025

1. Een subsidie-ontvanger dient bij het meetbedrijf met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 8, een verzoek in om een oordeel omtrent de geschiktheid van diens productie-installatie voor: de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte; de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide; de afvang en het gebruik van koolstofdioxide; de productie van waterstof uit afval; de productie van waterstof door middel van elektrolyse die met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet, voor wat betreft subsidieaanvragen die door de subsidie-ontvanger tot 10 september 2024 zijn ingediend; de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof. 2. Een oordeel omtrent de geschiktheid is vijf jaar geldig of tot het moment waarop de subsidie-ontvanger een aanpassing heeft doorgevoerd in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge heeft. Een subsidie-ontvanger verricht een nieuw verzoek, bedoeld in het eerste lid, voordat de geldigheidsduur van het oordeel is verlopen. 3. De subsidie-ontvanger bepaalt in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie, waarvoor subsidie is aangevraagd, op dusdanige wijze dat de subsidiabele productie kan worden gemeten. 4. Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie. 5. De subsidie-ontvanger stelt het meetbedrijf in staat het onderzoek te verrichten ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid. 6. De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het oordeel omtrent de geschiktheid overlegt of doet overleggen aan de minister. 7. De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig oordeel omtrent de geschiktheid beschikt.

Rechtspraak bij dit artikel