Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Zelfstandige internationale rechtshulpverlening door de politie

Onderdeel van Richtlijn inzake toepassing artikel 552i WvSv door het OM en informatieverstrekking door de politie (wederzijdse rechtshulp in strafzaken)· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2008

In alle overige gevallen kan de politie de rechtshulpverzoeken zelfstandig afdoen. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Als verzocht wordt om de verstrekking van politiegegevens dan moet dat verzoek met inachtneming van de artikelen 5:1 t/m 5:5 van het Besluit politiegegevens worden afgehandeld. Dit betekent onder meer dat een verstrekking van politiegegevens slechts zal kunnen plaatsvinden onder de voorwaarde dat deze slechts verder kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. Op verzoek kan de verantwoordelijke instemmen met de verdere verwerking van verstrekte gegevens voor een ander doel (zie noot 4). Hierbij geldt tevens dat een verzoek om reeds verstrekte gegevens te mogen gebruiken voor een ander doel beschouwd moet worden als een nieuw verzoek. In dat geval zal wederom getoetst moeten worden of doorzending van het verzoek aan het OM verplicht is dan wel een zelfstandige afdoening door de politie kan plaatsvinden. Als gevolg van tot stand gekomen verdragen en kaderbesluiten binnen de EU zijn in de artikelen 5:2 en 5:3 ruimere bepalingen gecreëerd voor het verstrekken van politiegegevens binnen de EU. In artikel 5:2 is een verplichting opgenomen tot verstrekking van politiegegevens aan personen of instanties in een andere EU-lidstaat, die zijn belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten, onder gelijke voorwaarden als aan politieambtenaren in Nederland, voor zover zij deze nodig hebben voor een goede uitvoering van de politietaak. (en behoudens de weigeringsgronden genoemd in lid 2). Naar aanleiding van het Verdrag van Prum is in artikel 5:3 de rechtstreeks geautomatiseerde verstrekking van bepaalde categorieën van politiegegevens, door middel van gegevensvergelijking, binnen de EU geregeld. Dit is vooralsnog uitsluitend mogelijk voor dactyloscopische gegevens. Verstrekking van nadere gegevens kan plaatsvinden op grond van een verzoek, als bedoeld in artikel 552h Sv. Voorts zijn in de 5:4 en 5:5 bepalingen opgenomen in verband met verstrekking van politiegegevens binnen gemeenschappelijke onderzoeksteams en aan Europol. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Verstrekking van politiegegevens en bijgevolg toepasselijkheid van artikel 5:1 e.v. van het Besluit politiegegevens brengt voorts met zich mee dat de verstrekking door tussenkomst van de DINPOL van het KLPD geschiedt (zie artikel 5:1 lid 3). Opgemerkt wordt dat DINPOL tevens is aangewezen als centrale autoriteit als bedoeld in artikel 39, derde lid, SUO. De verstrekking kan ook rechtstreeks plaatsvinden, mits daarover afspraken zijn gemaakt met politie-autoriteiten in het buitenland en deze afspraken zijn goedgekeurd door de minister van Justitie, respectievelijk de minister van Binnenlandse Zaken. Daarnaast kan de verstrekking in de grensgebieden ook rechtstreeks plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit onder meer het verdrag met Duitsland (Verdrag van Enschede van 2 maart 2005, Trb. 2005, 86 en 241) of België (Verdrag van Senningen van 8 juni 2004, Trb.2005, 35). De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Verstrekking van CIE-informatie aan buitenlandse politie-autoriteiten geschiedt uitsluitend na instemming van de CIE-officier van justitie (artikel 5:1, zesde lid, Bpolg). De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Met betrekking tot de informatieverstrekking aan hier te lande gestationeerde buitenlandse liaison-officers kunnen afspraken worden gemaakt met de staat die de contactambtenaar heeft uitgezonden. Dit betekent dat de positie van de buitenlandse liaison-officier – voor wat betreft de informatieverstrekking – afhankelijk is van de daarover gemaakte afspraken. Een liaison kan echter nooit in aanmerking komen voor een verdergaande informatieverstrekking dan voorzien in de artikelen 5:1 en 5:2 van het Besluit politiegegevens. Voor een in het buitenland gestationeerde Nederlandse liaison geldt, dat aan hem op gelijke voet informatie kan worden verstrekt als wanneer hij in Nederland zou zijn. Bij verstrekking door de liaison aan buitenlandse politie-autoriteiten blijft de liaison daarbij gebonden aan het bepaalde in de Nederlandse wet- en regelgeving. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel