Deze verordening verstaat onder:
a. productschap:
Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
b. secretaris:
secretaris van het productschap;
c. ondernemer:
natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
d. granen:
de gewassen wintertarwe, zomertarwe, winterrogge, zomerrogge, wintergerst, zomergerst, haver, triticale, kanariezaad en boekweit;
e. peulvruchten:
de gewassen veldbonen, landbouwstambonen, ronde groene erwten, gele erwten, schokkers, kapucijners en rozijn- of grauwe erwten;
f. andere gewassen:
de gewassen olievlas, winterkoolzaad, blauwmaanzaad, karwij, mosterdzaad, raapzaad (Brassica rapa var. silvestris), zomerkoolzaad (Brassica napus var. napus);
g. omzet:
de financiële jaaromzet behaald over zaaizaad van de producten, genoemd onder d, e en f, exclusief de rechten verkregen uit licenties uit het buitenland.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Heffingsverordening GZP fonds zaaizaad van granen, peulvruchten en andere gewassen jaar 2008· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 maart 2008