**1.** Bij het niet naleven van een verplichting uit de derde categorie wordt de hoogte van de maatregel vastgesteld op 15 procent indien er sprake is van verminderde ernst of verwijtbaarheid, en op 50 procent indien er sprake is van verhoogde ernst of verwijtbaarheid.
**2.** Van verminderde ernst of verwijtbaarheid is in elk geval sprake indien het niet naleven van de verplichting bestaat uit het onvoldoende meewerken aan een gunstig resultaat van een scholing, en dit niet heeft geleid tot het voortijdig beëindigen van die scholing.
**3.** Van verhoogde ernst of verwijtbaarheid is in elk geval sprake indien het niet naleven van de verplichting bestaat uit het niet aanvangen of voortijdig beëindigen van een scholing met baangarantie.
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt bij het niet naleven van de verplichting, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder a, van de Wet WIA de uitkering geweigerd voor dat deel dat niet zou zijn uitbetaald indien die verplichting wel zou zijn nageleefd.
**5.** Indien het vierde lid wordt toegepast op de loongerelateerde uitkering, bedoeld in artikel 59 van de Wet WIA, wordt de duur van de maatregel vastgesteld op de nog resterende duur van die uitkering.
Artikel 7
Bijzonderheden derde categorie
Onderdeel van Beleidsregel maatregelen UWV· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2008