Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Wet op de parlementaire enquête 2008· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 9 maart 2019

1. Een ieder heeft behoudens de beperkingen die de commissie op grond van artikel 40 aan de openbaarheid heeft gesteld, met ingang van de dag na de dag waarop de commissie haar rapport aanbiedt aan de Kamer recht op inzage in de documenten, bedoeld in artikel 35. Dit inzagerecht geldt zolang deze documenten onder de commissie onderscheidenlijk de Kamer berusten. 2. De Kamer kan besluiten een op grond van artikel 40 aan de openbaarheid gestelde beperking op te heffen, dan wel ten aanzien van een verzoeker, die bij kennisneming een bijzonder belang heeft, buiten toepassing te laten. De Kamer kan een verzoeker geheimhouding opleggen over de inhoud van documenten waarin hem inzage is verleend. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op vertrouwelijke verslagen en geluidsregistraties van besloten voorgesprekken als bedoeld in artikel 8, vijfde lid. Artikel II van Stb. 2019/89 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel