De door de gezagvoerder mee te voeren documenten, bedoeld in artikel 4.8 van de wet, zijn:
het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 3.5 van de wet;
het bewijs van luchtwaardigheid, bedoeld in artikel 3.8 van de wet, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 3.21 van de wet;
het vlieghandboek;
het bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, bedoeld in artikel 2.1 van de wet;
het journaal, bedoeld in artikel 4;
indien van toepassing: het geluidscertificaat of de geluidsverklaring, bedoeld in artikel 3.19a van de wet;
indien het luchtvaartuig is uitgerust met vast ingebouwde radioapparatuur: de vergunning voor gebruik van frequentieruimte, bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet;
bij een internationale vlucht:
een exemplaar van het laatste voor het betrokken luchtvaartuig opgestelde certificaat, bedoeld in artikel 39 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;
indien het luchtvaartuig lading vervoert: een manifest en een gespecificeerde verklaring omtrent de lading als bedoeld in artikel 29 van het verdrag;
indien het luchtvaartuig gevaarlijke stoffen vervoert: de NOTOC, bedoeld in de Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.