Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 19

Artikel 19

Onderdeel van Wet tuchtrechtspraak accountants· Tuchtrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020

1. De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn, alsmede de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen, worden voor hun werkzaamheden bij de accountantskamer vrijgesteld. 2. Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor het vrijstellen van de personen, bedoeld in het eerste lid. 3. De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. 4. De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken.

Rechtspraak bij dit artikel