Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Wet tuchtrechtspraak accountants· Tuchtrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de accountantskamer een klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan de voorzitter de zaak zonder zitting afdoen. Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing. 2. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de accountantskamer een klacht gegrond is, maar geen andere tuchtmaatregel dan een waarschuwing, berisping of een geldboete dient te worden opgelegd, kan de voorzitter na betrokkene te hebben gehoord, de zaak zonder zitting afdoen. Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing. 3. Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de betrokkene of de klager binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet doen. In dat geval vervalt de uitspraak en wordt de zaak verder overeenkomstig de artikelen 25 tot en met 38 behandeld. Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel