Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Wet tuchtrechtspraak accountants· Tuchtrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3,– en ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. 3. Een beslissing tot oplegging van een geldboete bevat de termijn waarbinnen deze moet zijn voldaan. Op verzoek van de betrokkene kan de voorzitter de termijn verlengen. De opgelegde boete komt ten bate van de Staat. 4. Wordt de boete niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan kan de accountantskamer na het horen van betrokkene of het daartoe behoorlijk oproepen, ambtshalve beslissen een tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in artikel 2, onderdelen d of e, op te leggen. Artikelen 70 tot en met 74 van Stb. 2012/680 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel