Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening PT heffing verbruik aardgas 2001· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 juni 2008

De heffing wordt berekend naar de door het energiebedrijf gefactureerde hoeveelheid m3 aardgas of aardgasequivalent die gedurende een bepaalde periode is verbruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten, afhankelijk van de wijze waarop het energiebedrijf het definitief toegerekende verbruik heeft gefactureerd: ingeval van maandelijkse meteropname en maandelijkse facturering van het werkelijk verbruik aan de hand van het toegerekende verbruik volgens de facturen van het energiebedrijf over het jaar 2001; ingeval van voorschotnota’s en een definitieve facturering per 12 maanden van het werkelijk verbruik: aan de hand van het toegerekend verbruik volgens de facturen van het energiebedrijf, die, en voor zover die betrekking hebben op het jaar 2001, nadat het toegerekend verbruik volgens een door de voorzitter bepaalde methode is omgerekend naar het jaar 2001; ingeval na berekening blijkt dat het bedrag van de definitief op te leggen heffing ten hoogste ƒ 10,– verschilt met het totaal van de voorlopige aanslagen over de periode waarop de definitieve heffing betrekking heeft, wordt geen definitieve heffing opgelegd, tenzij de heffingsplichtige daarom verzoekt.

Rechtspraak bij dit artikel