Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening PT heffing verbruik aardgas 2001· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 juni 2008

1. De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota. 2. Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat: naam en adres van de heffingsplichtige; een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend; het totaal van de heffing. 3. In afwijking van het eerste lid kan de heffingsplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing. 4. De voorzitter kan de in het derde lid bedoelde voorlopige aanslag inkleden in een uitnodiging periodiek voorschotten te voldoen op de krachtens deze verordening verschuldigde heffing. Bedoelde periodieke voorschotten zullen door het energiebedrijf op basis van en tegelijk met de maandelijkse (voorschot) facturering van het verbruikte aardgas aan de heffingsplichtige in rekening worden gebracht. Door betaling van dit voorschot op de krachtens deze verordening verschuldigde heffing aan het energiebedrijf, dat te dezer zake optreedt als gemachtigde van het Productschap Tuinbouw, is de heffingsplichtige gekweten voor wat betreft de voorlopige aanslag.

Rechtspraak bij dit artikel