De vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 39 en 40, worden slechts verleend voor vaartuigen met één boomkor als bedoeld in artikel 38, tweede lid, of met één bordennet waarvan de hoogte van de visborden niet meer bedraagt dan 70 centimeter en waarvan de lengte van de bovenpees, inclusief stroppen en kabels, niet meer bedraagt dan 225 centimeter, gemeten vanaf de achterzijde van het ene tot de achterzijde van het andere bord.
Hoofdstuk 4 › § 4.2
Artikel 41
Artikel 41
Onderdeel van Uitvoeringsregeling visserij· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009