Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 49

Artikel 49

Onderdeel van Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 15 maart 2014

1. Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder de bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen. 2. De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden. 3. De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen D, F tot en met O, W tot en met AA, van de Wijzigingswet Wet luchtvaart, enz. (uitvoering verordening (EG) nr. 216/2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart) (Stb. 2013, 140) in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel