Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitgangspunten verdeling frequenties

Onderdeel van Besluit bekendmaking via de procedure veilen verdelen van twee vergunningen voor frequentieruimte t.b.v. digitale omroep· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009

Door middel van een wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2005 (hierna: NFP) van 5 november 2008 (Stcrt. 2008, 220) is voor digitale omroep frequentieruimte bestemd. Onder ‘digitale omroep’ worden begrepen innovatieve multimediale omroeptoepassingen zoals mobiele video, datadiensten en het toevoegen van beelden aan radioprogramma’s. Dit is in lijn met technologisch ontwikkelingen en de wens van partijen om deze toepassingen aan te gaan bieden. De vergunninghouder kan zelf kiezen van welke digitale technologie hij gebruik wil maken, mits de in de vergunning vastgelegde maximale storingslimieten in acht worden genomen. Ik wijs erop dat de bestemming voor de onderhavige frequentieruimte in het NFP pas recentelijk is gewijzigd en nog rechtens aantastbaar is. Gelet op de reacties die ik heb ontvangen, waaronder reacties gedurende de consultatie, is het redelijkerwijs te verwachten dat er meer aanvragen zullen zijn dan er vergunningen beschikbaar zijn en dat er dus sprake zal zijn van schaarste. De verdeling van de twee vergunningen zal geschieden door middel van een veiling. Er is gekozen voor een veiling omdat dit instrument bij schaarste een eerlijk en transparant verdeelinstrument is om tot een efficiënte verdeling te komen. Met een veiling wordt bovendien het best gewaarborgd dat de vergunningen terecht komen bij partijen die de meeste waarde kunnen generen met deze vergunningen en het beste in staat zijn om innovatieve en voor de consument aantrekkelijke toepassingen te ontwikkelen. Daarbij is een veiling volgens het staande frequentiebeleid het meest geëigende middel om frequenties te verdelen. Het alternatief, een vergelijkende toets, vereist dat criteria worden opgesteld waarop de verschillende biedingen vergeleken kunnen worden. Bij de onderhavige verdeling is echter moeilijk vast te stellen welke criteria dit zouden moeten zijn. Een criterium zou kunnen zijn het willen waarborgen van innovatieve omroep- en datadiensten. Wat toekomstige succesvolle innovatieve diensten zullen zijn, is echter nu moeilijk te voorspellen en kan snel achterhaald zijn gebleken of niet voldoen aan de behoefte van de consument. Daarbij is door middel van de eerder genoemde wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2005 al voldoende gewaarborgd dat er innovatie op gang komt in deze frequentieruimte. Daarom is niet gekozen voor een vergelijkende toets. De voor het onderhavig besluit relevante ontwerpen (van de Ministeriële regeling en de vergunningen) zijn geconsulteerd van 8 februari 2008 tot en met 6 maart 2008. In vervolg op de consultatie is, op basis van de brief aan de Tweede Kamer van 6 mei 2008 (Kamerstukken II, 2007/2008, 24 095, nr. 225), op 13 mei 2008 overleg gevoerd met de Vaste Kamercommissie van Economische Zaken.

Rechtspraak bij dit artikel