Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties beroepen in de individuele gezondheidszorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 8 juli 2022

1. Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting controleert de minister de beroepskwalificaties van de dienstverrichter die een beroep uitoefent waarvoor op grond van artikel 3 of 14 van de Wet BIG een register is ingesteld en de beroepsbeoefenaar niet op grond van titel III, hoofdstuk III, van de richtlijn in aanmerking komt voor erkenning op basis van de coördinatie van de minimumopleidingseisen. 2. In aanvulling op de documenten genoemd in artikel 5, eerste lid, verstrekt de dienstverrichter voor de controle de documenten, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen d en g. 3. Teneinde te kunnen beoordelen of de situatie, genoemd in artikel 27, derde lid, van de wet zich voordoet, wint de minister advies in van de commissie. De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel de situatie bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet zich voordoet en adviseert de minister over de wijze waarop de dienstverrichter kan aantonen dat deze de ontbrekende kennis en vaardigheden inmiddels heeft verworven. 4. De minister kan de commissie raadplegen over de vraag of de aanvrager voldoende heeft aangetoond dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel