Voor de toepassing van de artikelen 8, tot en met 13 wordt verstaan onder:
immateriële vaste activa: activa die niet stoffelijk zijn en evenmin als financiële vaste activa kunnen worden aangemerkt;
materiële vaste activa: kapitaaluitgaven aan onderhanden werken en werken in exploitatie waar tegenover bezittingen staan die niet als financiële vaste activa kunnen worden aangemerkt;
financiële vaste activa: aan derden beschikbaar gestelde financiële middelen met een oorspronkelijke looptijd van één jaar en langer;
uitzettingen: beleggingen met een looptijd korter dan één jaar;
kortlopende vorderingen: vorderingen van het waterschap op en beschikbaar gestelde financiële middelen aan derden met een looptijd korter dan één jaar;
overlopende activa: vooruitbetaalde kosten die ten laste van toekomstige begrotingsjaren komen en nog te ontvangen bedragen inzake baten die ten gunste van voorgaande perioden zijn verantwoord;
algemene reserves: eigen kapitaal en andere delen van het eigen vermogen waaraan door het betreffende algemeen bestuur van het waterschap geen voorafgaande, specifieke bestemming is gegeven;
vaste schulden: schulden van het waterschap met een oorspronkelijke looptijd van één jaar of langer;
netto-vlottende schulden: vorderingen van derden op het waterschap met een looptijd korter dan één jaar, en
overlopende passiva: verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend jaar tot betaling komen.
Het artikel vervalt.
§ 4
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 december 2008