Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Mandaat en machtiging

Onderdeel van Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties beëdigde tolken en vertalers· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 5 april 2016

1. Het bestuur wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van de bevoegdheden en handelingen, bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 11, 12, 13, 17, 18, 19, 22, 23, 25, tweede lid, 27, 28, 29, 30, 30a, 31, 31b, 31c, 32, 34, tweede lid, 34c, en 35, van de wet, met inbegrip van de behandeling van klachten, het beslissen op bezwaar en op verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur en het terzake voeren van gerechtelijke procedures. 2. Het bestuur wordt toegestaan het in het eerste lid verleende mandaat en machtiging geheel of gedeeltelijk door te geven aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen, de commissie beëdigde tolken en vertaler of de klachtencommissie.

Rechtspraak bij dit artikel