**1.** De NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie, richten hun bestuurlijke organisatie zodanig in dat overeenkomstig hun statuten en reglementen:
de inrichting daarvan sober, doelmatig en evenwichtig is;
er een helder onderscheid is tussen het dagelijks bestuur en het toezichthoudende orgaan;
deugdelijk, onafhankelijk en deskundig toezicht wordt uitgeoefend; en
de leden van het toezichthoudende orgaan worden benoemd op basis van vooraf vastgestelde openbare profielen.
**2.** De NPO en de landelijke publieke media-instellingen volgen daarbij zo veel als mogelijk aanbevelingen uit de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid.
**3.** De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, overeenkomstig het eerste en tweede lid handelen.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden omschreven wanneer sprake is van een sobere, doelmatige en evenwichtige inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.5 › Afdeling 2.5.6
Artikel 2.142a
Artikel 2.142a
Onderdeel van Mediawet 2008· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021