**1.** Het totale televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties is voor ten minste 95% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten:
reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting;
televisieprogramma-aanbod dat wordt verspreid voor Nederlandstaligen in het buitenland; en
visual radio-aanbod.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › § 3
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Mediabesluit 2008· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017