**1.** De NPO en de publieke media-instellingen melden een experimentele nevenactiviteit als bedoeld in artikel 2.132, vierde lid, van de wet voorafgaand aan de start daarvan bij het Commissariaat.
**2.** De melding geschiedt op een door het Commissariaat vast te stellen wijze.
**3.** De melding bevat in elk geval:
een precieze beschrijving van de nevenactiviteit;
de doelstellingen van de nevenactiviteit;
een onderbouwing van de wijze waarop de nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling;
de wijze waarop de nevenactiviteit wordt gefinancierd, met een onderbouwing van de marktconformiteit en kostendekkendheid;
de naam, vestigingsplaats, contactgegevens, alsmede de aard en omvang van de (bedrijfs)activiteiten van de mediabedrijven en culturele instellingen met wie in het kader van de nevenactiviteit wordt samengewerkt;
een onderbouwing van de keuze voor de mediabedrijven en culturele instellingen met wie in het kader van de nevenactiviteit wordt samengewerkt en de wijze waarop die keuze wordt herbeoordeeld; en
een beschrijving van de wijze waarop de nevenactiviteit wordt geëvalueerd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3
Artikel 11a
Experimentele nevenactiviteiten
Onderdeel van Mediaregeling 2008· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 4 september 2014