In de Levensloopregeling rijkspersoneel wordt als loon aangemerkt, het loon als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, onder b, van de Wet op de loonbelasting 1964. Dit loonbegrip wordt gebruikt om deelname aan de levensloopregeling te toetsen aan de 12%- en 210%-norm. De Fiscus heeft aangegeven, dat voor dit loonbegrip uitgegaan mag worden van ofwel het loon, zoals dat in kolom 6 van de loonstaat is vermeld, danwel het bedrag uit kolom 14 van de loonstaat, verhoogd met ingehouden bijdragen van de werknemer. Met P-Direkt is afgesproken, dat voor het rijkspersoneel in het SAP salarissysteem gerekend wordt met die tweede keuzemogelijkheid vanuit kolom 14 van de loonstaat. Deze keuze levert het hoogste bedrag op en is daarmee het meest aantrekkelijk voor de aan de levensloopregeling deelnemende ambtenaar.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4
Loonbegrip bij deelname aan de levensloopregeling
Onderdeel van Circulaire wijziging financiële arbeidsvoorwaarden sector Rijk per 1 januari 2009· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009