De Raad van Bestuur van de SVB verleent aan de Chefs de Postes van het Ministerie van Buitenlandse Zaken mandaat en machtiging om in gevallen waarin sprake is van een levensbedreigende situatie of een situatie waarin geen uitstel mogelijk is, dat wil zeggen dat de uitbetaling binnen drie weken moet hebben plaatsgevonden, besluiten te nemen om bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 78 h van de Wet werk en bijstand, en als bedoeld in artikel 35, eerste lid van de Wet werk en bijstand, toe te kennen en uit te betalen of deze te weigeren.
Artikel 1
Omvang van het mandaat
Onderdeel van Besluit mandaatverlening spoedgevallen bijzondere bijstand in het buitenland· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 21 januari 2009