De hulpmiddelen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap zijn:
Van de Orthesen en orthetische hulpmiddelen:
(semi-) orthopedisch werkschoeisel, dat voor praktijkmodulen en stages nodig is;
Orthopedische voorzieningen in of aan confectiewerkschoenen, die voor praktijk-modulen en stages nodig zijn;
Van de visuele hulpmiddelen:
Bijzondere optische hulpmiddelen, zoals telescoopbrillen, verrekijkerbrillen, loepen;
Beeldschermloepen;
Tactiel-leesapparatuur met toebehoren;
Van de hulpmiddelen voor de mobiliteit:
Loophulpen met drie of vier poten;
Looprekken;
Rollators;
Loopwagens;
Trippelstoelen;
Van de hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering:
computers met bijbehorende apparatuur voor lichamelijk gehandicapten;
invoer- en uitvoerapparatuur (en bijbehorende programmatuur), alsmede accessoires voor computers/schrijfmachines/rekenmachines aangepast aan lichamelijke handicap;
computerprogrammatuur voor grootlettersystemen voor visueel gehandicapten;
bladomslagapparatuur;
opname- en voorleesapparatuur voor gehandicapten, waaronder begrepen een memorecorder voor visueel gehandicapten, daisyprogrammatuur en voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten;
Van de telefoons en telefoonhulpmiddelen: hulpmiddelen voor het kiezen telefoonnummers;
Van de signaleringsapparatuur en alarmeringssysteem: wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten.
Artikel 11
Lijst van hulpmiddelen
Onderdeel van Regeling onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 2009