Bij de volgende werkzaamheden of omstandigheden voert een voertuig, indien de kans bestaat dat het voertuig niet tijdig door andere weggebruikers wordt opgemerkt, geel zwaai-, flits- of knipperlicht:
werkzaamheden ten behoeve van de hulpverlening op of langs de weg met kennelijk daartoe ingerichte motorvoertuigen;
werkzaamheden ten behoeve van wegen, werken of inrichtingen op, aan, in of boven wegen, daaronder begrepen gladheidbestrijding of sneeuwruimen;
werkzaamheden met kennelijk daartoe ingerichte motorvoertuigen voor de hulpverlening aan en het repareren of bergen en wegslepen van voertuigen;
vervoer van ondeelbare lading voor zover het voertuigen betreft waarvoor krachtens de Regeling voertuigen ontheffing is verleend inzake de afmetingen van deze voertuigen of hun lading;
het begeleiden van transporten waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover die begeleiding uit de ontheffing voortvloeit en dit geschiedt met daartoe speciaal uitgeruste voertuigen;
het begeleiden van militaire colonnes;
het rijden met landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, of daardoor voortbewogen aanhangwagens, die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan 2,60 meter;
werkzaamheden van de Belastingdienst, waaronder begrepen de Belastingdienst/Douane.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Regeling optische en geluidssignalen 2009· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 5 januari 2021