**1.** De officier van justitie, bedoeld in artikel 35a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet, meldt onverwijld aan Onze Minister, ter opneming in het register:
de invordering van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, tenzij het vaardocument inmiddels is teruggegeven;
de teruggave van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet, waarvan de datum van invordering in het register is opgenomen.
**2.** Onze Minister registreert onverwijld de ongeldigverklaring van een vaardocument.
**3.** Het register kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, vaartijdenboeken en overige vaardocumenten wordt gekoppeld aan de gegevensbank die overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn (EU) 2017/2397 door de Commissie van de Europese Unie wordt beheerd, overeenkomstig de bepalingen van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/473.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023
tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie
van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart
en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de
Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).
Hoofdstuk 4a › § 2
Artikel 33d
Artikel 33d
Onderdeel van Binnenvaartbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025