Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4a › § 2

Artikel 33d

Artikel 33d

Onderdeel van Binnenvaartbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025

1. De officier van justitie, bedoeld in artikel 35a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet, meldt onverwijld aan Onze Minister, ter opneming in het register: de invordering van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, tenzij het vaardocument inmiddels is teruggegeven; de teruggave van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet, waarvan de datum van invordering in het register is opgenomen. 2. Onze Minister registreert onverwijld de ongeldigverklaring van een vaardocument. 3. Het register kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, vaartijdenboeken en overige vaardocumenten wordt gekoppeld aan de gegevensbank die overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn (EU) 2017/2397 door de Commissie van de Europese Unie wordt beheerd, overeenkomstig de bepalingen van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/473. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023 tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel