**1.** Overtreding van de artikelen 8, eerste en derde tot en met vijfde lid en 10 vormt een strafbaar feit.
**2.** Als bepalingen, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de wet, worden aangewezen:
artikel 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende, achtste en negende lid, 72, eerste en tweede lid, 107, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b, en 151c, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
artikel 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, juncto artikel 5.3.15, tweede tot en met vierde lid, van de Regeling voertuigen;
artikel 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, juncto hoofdstuk 5, afdeling 3 en 12, van de Regeling voertuigen, voor zover overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, leidt tot een bevel ingevolge artikel 160, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 om het voertuig te herstellen alvorens het weer aan het verkeer mag deelnemen;
artikel 5.1.2 juncto de artikelen 5.18.11, 5.18.14, 5.18.17a tot en met 5.18.17g of juncto de artikelen 5.18.25 tot en met 5.18.25d van de Regeling voertuigen.
**3.** Als bepalingen, bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, van de wet, worden aangewezen artikel 5.1.2 in verbinding met de artikelen 5.18.17a tot en met 5.18.17g of in verbinding met artikel 5.18.25 van de Regeling voertuigen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 december
2022 tot wijziging van de Wet wegvervoer goederen, de Wet
personenvervoer 2000 en de Wet op de economische delicten ter
uitvoering van Verordening (EU) 2020/1055 van het Europees Parlement
en de Raad van 15 juli 2020 houdende wijziging van Verordeningen
(EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) 1024/2012 teneinde ze
aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector (PbEU 2020,
L 249) in werking treedt.