**1.** De zorgverzekeraars leveren het persoonskenmerkenbestand 2009 op 1 juli 2009 bij het CVZ aan. De peildatum van de opgave is de datum van nominale premieprolongatie voor de maand juni 2009. In aanvulling op het persoonskenmerkenbestand 2009 maakt het college gebruik van het uitstroombestand 2009 en het VPPKB 2010, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2010 respectievelijk 1 juli 2011 bij het college hebben aangeleverd. Tevens maakt het college gebruik van het bestand verzekerden 2009 met bevestigd E106 formulier zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2010 bij het college hebben aangeleverd.
**2.** Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2009 en de verzekeringsduur per verzekerde met een geverifieerd BSN per zorgverzekeraar baseert het college zich op het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet (RBVZ) van SA-Zorg. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2009 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.
**3.** Voor de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2009, naar regioklasse 2009 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2009, baseert het college zich op de in het eerste lid genoemde bestanden. Indien gegevens ontbreken, maakt het college tevens gebruik van de gegevens uit het persoonskenmerkenbestand 2008 of 2010.
**4.** Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse en de sociaal economische statusklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV of de Belastingdienst naar inkomensbron in het jaar 2009. Voor de opgave van het UWV of de Belastingdienst, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het CVZ de peildatum 30 juni 2009. Indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, maakt het college voor verzekerden uit die gemeente indien mogelijk gebruik van de gegevens zoals bekend uit 2008, met als peildatum 30 juni 2008. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als gebruikt voor de opgave van het UWV. Voor de sociaal economische statusklasse betrekt het college voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2009 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave voor 2009, maakt het college gebruik van de opgave voor 2008. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave voor 2008, maakt het college gebruik van de opgave voor 2007.
**5.** Het college bepaalt voor elke verzekerde uit het RBVZ 2009 in welke klasse een verzekerde valt voor de criteria leeftijd, geslacht, aard van het inkomen, regio, GGZ-regio, éénpersoonsadres en sociaal economische status. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar op peildatum 30 juni 2009.
**6.** Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden naar leeftijd en geslacht 2009.
**7.** Voor de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per FKG 2009 per zorgverzekeraar als volgt:
Uitgangspunt is de opgave van 1 juni 2009 van alle declaraties farmaceutische hulp 2008 van de zorgverzekeraar aan het college. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden 2008 per FKG 2009 dat in 2008 voldoet aan het bepaalde in artikel 4.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar de rechtstreeks aan een zorgverzekeraar toe te wijzen verzekerden 2008 in 2009 per FKG 2009 met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde BSN, het RBVZ 2009 en de opgave van de zorgverzekeraar genoemd onder a.
Het college splitst per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder FKG 1 t/m 20 2009 in een verzekerdenaantal FKG 2009 onbekend en een verzekerdenaantal FKG 2009 0. Het verzekerdenaantal FKG onbekend bestaat uit verzekerden die in het buitenland wonen zoals gedefinieerd in artikel 1, onder n.
Het college bepaalt de gewichten voor alle FKG 2009-onbekend op 0,00.
Tot slot worden de verzekerdenaantallen 2009 per FKG 2009 over de verzekerden gesommeerd. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**8.** Voor de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2009 per zorgverzekeraar als volgt:
Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2010 van de declaraties van alle DBC’s die in 2008 geopend zijn. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2009 volgens de indeling in artikel 4, vijfde lid.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar de rechtstreeks aan een zorgverzekeraar toe te wijzen verzekerden 2008 in 2009 per DKG 2009 met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer, het RBVZ 2009 en de opgave van de zorgverzekeraar genoemd onder a.
Het college splitst per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder DKG 1 t/m 13 2009 in een verzekerdenaantal DKG 2009 onbekend en een verzekerdenaantal DKG 2009 0. Het verzekerdenaantal DKG 2009 onbekend bestaat uit verzekerden die in het buitenland wonen zoals gedefinieerd in artikel 1, onder n.
Het college bepaalt het gewicht DKG 2009 onbekend op 0,00.
Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen 2009 per DKG 2009 opgeteld. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**9.** Het college bepaalt met behulp van opgaven van de Belastingdienst en het UWV, het RBVZ over 2009 en de verzekerdenopgaven van de zorgverzekeraars de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2009 en sociaal economische statusklasse 2009. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**10.** Het college bepaalt met behulp van de opgaven van de zorgverzekeraars naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is en het gepseudonimiseerd adres, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2009, naar GGZ regioklasse 2009 en naar éénpersoonshuishouden. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**11.** Het bestand verzekerden zonder BSN 2009 en verzekerden zonder geverifieerd BSN 2009 bevat per verzekerde de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar en viercijferige postcode. Voor de vaststelling van het aantal verzekerden en de verzekeringsduur per verzekerde zonder een BSN per zorgverzekeraar en de vaststelling van de verzekeringsduur per verzekerde zonder een geverifieerd BSN per zorgverzekeraar, baseert het college zich op het bestand verzekerden zonder BSN 2009 en verzekerden zonder geverifieerd BSN 2009. Het college deelt verzekerden zonder BSN respectievelijk verzekerden zonder geverifieerd BSN uitsluitend in bij de vereveningskenmerken leeftijd en geslacht en regio.
Hoofdstuk IIIa
Artikel 24b
Bepaling van de verzekerdenaantallen 2009 voor de zorgverzekeraars
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2009· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 3 oktober 2012