Naar hoofdinhoud

Artikel 5.4.54

Artikel 5.4.54

Onderdeel van Regeling voertuigen· Vervoersrecht

Eisen Wijze van Keuren 1. De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de voorzijde bedraagt ten minste 240 mm. Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt de afstand tussen de richtingaanwijzers gemeten. 2. De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de achterzijde bedraagt ten minste 180 mm.