Naar hoofdinhoud

Artikel I

Artikel I

Onderdeel van Regeling vaststelling bedrag vrijstelling inkomsten uit vermogen ingevolge de wetten voor oorlogsgetroffenen per 1 januari 2007· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

De bedragen, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, alsmede in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, worden als volgt herzien: het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt verhoogd tot € 739,97; het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot tot zevenhonderdnegenendertig euro en zevenennegentig eurocent; het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op € 739,97 per jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel