**1.** De schipper en de bij de bunkerprocedure betrokken bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken, moeten over een deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof beschikken.
**2.** De deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof kan worden aangetoond door het beschikken over:
een kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG) als bedoeld in artikel 7.19a, derde lid;
een CCR-kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG) als bedoeld in artikel 15.02, eerste lid, van het Rsp; of
een verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof, bedoeld in artikel 20.10 van het Rsp.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023
tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de
implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van
het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van
beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de
richtlijnen 91/672/EEG en
96/50/EG van de Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2.10a
Artikel 2.10a
Onderdeel van Binnenvaartregeling· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025