De bekwaamheid voor een functie aan boord kan te allen tijde worden aangetoond:
door de schipper door middel van het vaarbewijs;
door de overige leden van de bemanning door middel van het dienstboekje bedoeld in artikel 5.11 waarin het kwalificatiecertificaat voor de betreffende functie is opgenomen;
door de deskundigen voor de passagiersvaart en deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas door middel van het in artikel 2.10a voorgeschreven bewijs; of
door de schipper aan wie een specifieke vergunning is verleend door middel van het kwalificatiecertificaat waar deze specifieke vergunningen op zijn aangetekend overeenkomstig artikel 7.19, zesde lid, of voor de specifieke vergunning voor het varen met vloeibaar aardgas als brandstof door middel van het kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG) als bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023
tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de
implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van
het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van
beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de
richtlijnen 91/672/EEG en
96/50/EG van de Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2.11
Artikel 2.11
Onderdeel van Binnenvaartregeling· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025