**1.** Onverminderd artikel 5.15 wordt ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 1 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman;
het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**2.** Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een matroos;
het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**3.** Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een lichtmatroos; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**4.** Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman;
het schip onderbreekt de vaart gedurende de periode tussen 22.00 uur en 06.00 uur;
het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip;
het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
het schip is uitgerust met een eenmansstuurstelling voor het varen op radar en voldoet aan artikel 7.13, van ES-TRIN; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**5.** Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en één matroos; en
de voorschriften, bedoeld in het vierde lid onder e en f.
**6.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 1 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman;
het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**7.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een matroos;
het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**8.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een lichtmatroos; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**9.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman;
de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, onder b tot en met e; en
het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
**10.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en een matroos; en
de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, onder e en f.
**11.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een matroos; en
de voorschriften, bedoeld in het het vierde lid, onder e en f.
**12.** Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften:
de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en twee matrozen; en
de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, onder e en f.
Hoofdstuk 5 › § 5
Artikel 5.21
Artikel 5.21
Onderdeel van Binnenvaartregeling· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024