Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › § 4

Artikel 7.22

Artikel 7.22

Onderdeel van Binnenvaartregeling· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2025

1. Een aanvraag tot afgifte van een duplicaat wordt door de houder van het klein vaarbewijs ingediend bij de instantie die door de minister is belast met de afgifte van het klein vaarbewijs, onder vermelding van de reden. 2. De aanvrager wiens eerder uitgereikt klein vaarbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, legt hieromtrent bij het indienen van zijn aanvraag een schriftelijke verklaring af. 3. Voor zover het klein vaarbewijs nog aanwezig is, wordt dit tegelijk met de aanvraag overgelegd. 4. Indien de houder van een verloren geraakt klein vaarbewijs dit weer tot zijn beschikking heeft gekregen, levert hij dit klein vaarbewijs onverwijld in bij de instantie die door de minister is belast met de afgifte van het klein vaarbewijs. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 juni 2023 tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad in werking treedt (Stb. 2023/392).

Rechtspraak bij dit artikel