Indien de vordering op de schuldenaar niet meer bedraagt dan € 300,– stelt het UWV of de SVB, in afwijking van artikel 3, de wijze waarop deze vordering moet worden voldaan vast zonder de schuldenaar in de gelegenheid te stellen een voorstel te doen met betrekking tot de wijze van voldoening van de vordering, met dien verstande dat per periode van een maand de aflossing op niet meer dan € 25,– kan worden vastgesteld.
Artikel 5
Voldoening vordering tot en met € 300,–
Onderdeel van Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025