Naar hoofdinhoud

§ 1

Artikel 1b

Artikel 1b

Onderdeel van Besluit bestuurlijke boetes financiële sector· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 12 juli 2017

1. Onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houdt de toezichthouder bij het vaststellen van een bestuurlijke boete in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover die van toepassing zijn: de ernst en de duur van de overtreding; het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen; de verliezen die derden wegens de overtreding hebben geleden en de schade die is toegebracht aan de werking van de markten of aan de economie in bredere zin; de gevolgen van de overtreding voor het financieel stelsel; de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten; eerdere overtredingen van de overtreder; de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding; maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen. 2. De omstandigheden genoemd in het eerste lid, onderdelen g en h, kunnen slechts tot een verlaging van de bestuurlijke boete leiden. Artikel XIII van Stb. 2017/300 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Rechtspraak bij dit artikel