**1.** Onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houdt de toezichthouder bij het vaststellen van een bestuurlijke boete in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover die van toepassing zijn:
de ernst en de duur van de overtreding;
het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen;
de verliezen die derden wegens de overtreding hebben geleden en de schade die is toegebracht aan de werking van de markten of aan de economie in bredere zin;
de gevolgen van de overtreding voor het financieel stelsel;
de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten;
eerdere overtredingen van de overtreder;
de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding;
maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen.
**2.** De omstandigheden genoemd in het eerste lid, onderdelen g en h, kunnen slechts tot een verlaging van de bestuurlijke boete leiden.
Artikel XIII van Stb. 2017/300 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
§ 1
Artikel 1b
Artikel 1b
Onderdeel van Besluit bestuurlijke boetes financiële sector· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 12 juli 2017