Op 3 juli 2009 is het Besluit houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit in verband met personenchauffeurs (Staatsblad 2009, nr. 279) in werking getreden en daarmee een nieuwe paragraaf aan het Arbeidstijdenbesluit toegevoegd, met uitzonderingsbepalingen specifiek voor bepaalde personenchauffeurs. De definitie van deze personenchauffeurs in het Arbeidstijdenbesluit luidt: ‘de persoon die als chauffeur uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is belast met het vervoer van doorgaans dezelfde persoon per auto.’
Het gewijzigde Arbeidstijdenbesluit maakt het mogelijk desgewenst de week op/week af roosters, die vooral bij de chauffeurs van bewindspersonen worden gehanteerd, te handhaven. Zonder deze wijziging zouden dergelijke roosters in strijd zijn met de bepalingen uit de Arbeidstijdenwet.
Het toepassen van de uitzonderingsbepalingen in het Arbeidstijdenbesluit is niet verplicht, maar uitsluitend mogelijk bij collectieve regeling, zoals een rechtspositieregeling. In de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel is overeenstemming bereikt om de toepassing van de uitzonderingsbepalingen mogelijk te maken. U kunt deze bepalingen uiteraard slechts toepassen op de personenchauffeurs, zoals bedoeld in het Arbeidstijdenbesluit. Voor chauffeurs die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend dezelfde personen vervoeren, zoals de poolchauffeurs, geldt deze uitzonderingsmogelijkheid niet. Voor hen zijn de bepalingen uit de Arbeidstijdenwet en -besluit onverkort van toepassing.
In de toelichting op het gewijzigde Besluit treft u nadere informatie aan over de wijzigingen in het Arbeidstijdenbesluit. In de volgende tabel worden de verschillen tussen de algemene bepalingen uit de Arbeidstijdenwet en de nieuwe uitzonderingsbepalingen voor de personenchauffeurs verkort weergegeven:
Algemene bepalingen
Uitzonderingen personenchauffeurs
–
In elke periode van 14 aaneengesloten dagen wordt ten hoogste 7 maal arbeid verricht
Per periode van 24 uren geldt een minimale rusttijd van 11 uren.
Per periode van 24 uren geldt een minimale rusttijd van 8 uren.
Per aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren mag de rusttijd 1 maal worden ingekort tot ten minste 8 uren.
Per aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren mag de rusttijd 3 maal worden ingekort tot ten minste 6 uren.
Per dienst wordt ten hoogste 12 uren arbeid verricht
Er is geen maximum gesteld aan het aantal uren arbeid per dienst.
Per week wordt gedurende ten hoogste 60 uren arbeid verricht.
Er is geen maximum gesteld aan het aantal uren arbeid per week.
Diverse beperkingen voor het werken in nachtdiensten.
NB: Een nachtdienst is een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
Geen beperkingen, behalve:
In elke periode van 16 aaneengesloten weken wordt ten hoogste 36 maal arbeid verricht in een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur.
De ATW biedt ruimte via collectieve regeling af te wijken.
Diverse bepalingen rondom consignatiedienst.
De uitzonderingen hebben betrekking op consignatiedienst tijdens nachtdienst.
NB: Zie ook verderop in deze circulaire
–
De dagelijkse rijtijd bedraagt niet meer dan 9 uren per dag. Deze rijtijd mag 2 maal in elke periode van 7 dagen worden verlengd tot 10 uren per dag.
–
De rijtijd wordt onderbroken als door vermoeidheid van de chauffeur de verkeersveiligheid in het gedrang komt.
–
Per periode van 7 dagen geldt een maximale rijtijd van 56 uren.
Artikel 2
Normen in het Arbeidstijdenbesluit
Onderdeel van Circulaire Arbeidsvoorwaarden personenchauffeurs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 4 augustus 2009