Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Procedure

Onderdeel van Regeling cultuurparticipatie provincies en gemeenten 2009–2012· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 21 september 2008

1. Het bestuur van het fonds beoordeelt de verklaringen met inachtneming van het bepaalde in de regeling. 2. Indien het bestuur van het fonds overweegt de verklaring niet te accorderen, stelt het bestuur de deelnemer daarvan schriftelijk in kennis. 3. Indien de situatie als bedoeld in het tweede lid zich voordoet, verleent het fonds de deelnemer een termijn waarbinnen hij zijn verklaring met inachtneming van de overwegingen van het bestuur van het fonds kan aanpassen. 4. Uiterlijk 31 december 2008 stelt het bestuur van het fonds de deelnemer schriftelijk van zijn besluit in kennis. 5. Indien de kennisgeving bedoeld in het vorige lid niet vóór 31 december 2008 kan worden gegeven, stelt het fonds de deelnemer daarvan in kennis en noemt daarbij de termijn waarbinnen het besluit tegemoet gezien kan worden. 6. De kennisgeving bedoeld in het vierde lid vermeldt in ieder geval het besluit om de verklaring al dan niet te accorderen, en, indien er sprake is van accordering: de hoogte van de decentralisatieuitkering; de doelen waarvoor de decentralisatie- uitkering is bestemd; de beoogde kwalitatieve en meetbare kwantitatieve resultaten; de voorwaarden die samenhangen met het doel waarvoor de decentralisatie- uitkering wordt verstrekt. 7. De mededeling als bedoeld in lid 6 onder a gebeurt mede namens de beheerders van het gemeentefonds respectievelijk provinciefonds.

Rechtspraak bij dit artikel