Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 17

Bepaling van de verzekerdenaantallen 2010

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2010· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 21 september 2011

1. De zorgverzekeraars leveren het persoonskenmerkenbestand 2010 op 1 juli 2010 bij het CVZ aan. De zorgverzekeraars leveren het uitstroombestand 2010 en de opgave van in 2010 ingeschreven verzekerden die vanwege bijzondere omstandigheden niet over een burgerservicenummer beschikken op 1 juli 2011 bij het CVZ aan. 2. Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2010 en de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het VPPKB 2010, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2011. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2010 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. 3. Voor de vaststelling van de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2010, naar regioklasse 2010, naar GGZ-regioklasse 2010, naar éénpersoonsadresklasse, naar jonger dan 18 jaarklasse en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2010, baseert het college zich op het persoonskenmerkenbestand 2010 en op het VPPKB 2010. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2010 maakt het college gebruik van de gegevens uit het VPPKB 2010. 4. Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich voor de zelfstandigen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst en voor de overige inkomstenbronnen op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV. Voor de opgave van het UWV of de Belastingdienst naar inkomensbron in het jaar 2010, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het college de peildatum 30 juni 2010. Indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, maakt het college voor verzekerden uit die gemeente indien mogelijk gebruik van de gegevens zoals bekend uit 2009, met als peildatum 30 juni 2009. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als gebruikt voor de opgave van het UWV. Voor de vaststelling van de sociaal economische statusklasse baseert het college zich voor het inkomen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over 2009. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2009, maakt het college gebruik van de opgave over 2008. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2008, maakt het college gebruik van de opgave over 2007. 5. Voor de vaststelling van de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse, baseert het CVZ zich op de opgave door zorgverzekeraars per 1 juni 2011 van declaraties van dbc’s geneeskundige GGZ die in 2009 geopend zijn en van overige declaraties geneeskundige GGZ over 2009. 6. Het college bepaalt per zorgverzekeraar het aantal verzekerden voor het deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt. Voor elke verzekerde uit het VPPKB 2010 bepaalt het college in welke klasse een verzekerde valt. Het college classificeert de verzekerden naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar regioklasse, naar FKG klasse, naar DKG klasse en naar sociaal economische statusklasse. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar. Het college hanteert daarbij als peildatum 30 juni 2010. 7. Het college bepaalt per zorgverzekeraar het aantal verzekerden voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als volgt: Voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg classificeert het college de verzekerden van 18 jaar en ouder naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar GGZ-regioklasse, naar FKG GGZ klasse, naar sociaal economische statusklasse, naar éénpersoonsadresklasse, naar GGZ kosten lage drempelklasse en naar GGZ-kosten hoge drempelklasse. Voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg classificeert het college de verzekerden jonger dan 18 jaar naar jonger dan 18 jaarklasse. Het college bepaalt voor de vereveningskenmerken risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar GGZ-regioklasse, naar sociaal economische statusklasse, éénpersoonsadresklasse en naar jonger dan 18 jaarklasse de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar. Het college hanteert daarbij als peildatum 30 juni 2010. 8. Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden naar leeftijd en geslacht 2010. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid. 9. Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per FKG 2010 per zorgverzekeraar als volgt: Uitgangspunt is de opgave van 1 juni 2010 van de declaraties farmaceutische hulp 2009 van de zorgverzekeraar aan het college. Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als kliniekverpakkingen; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe. Het college koppelt de opgave onder a met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2010 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel onder c per verzekerde in welke FKG klasse en FKG GGZ klasse de verzekerde valt. Op basis van het onder d bepaalde stelt het college het aantal verzekerden 2009 per FKG 2010 met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 5, tweede lid vast. Het college wijst verzekerden 2009 in 2010 per FKG 2010, zoals bepaald onder d, toe aan een zorgverzekeraar met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer. Het college bepaalt voor verzekerden die in het buitenland wonen het gewicht op EUR 0,00. Tot slot worden de verzekerdenaantallen 2010 per FKG 2010 en per FKG GGZ 2010 gesommeerd. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid. 10. Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2010 per zorgverzekeraar als volgt: Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2011 van de declaraties van alle DBC’s die in 2009 geopend zijn. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2010 volgens de indeling in artikel 5, derde lid. Het college wijst verzekerden 2009 in 2010 per DKG 2010, zoals bepaald onder a, toe aan een zorgverzekeraar met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer met het VPPKB 2010. Het college bepaalt voor verzekerden die in het buitenland wonen het gewicht op EUR 0,00. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen 2010 per DKG 2010 opgeteld. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. 11. Het college bepaalt met behulp van opgaven van de Belastingdienst en het UWV, het VPPKB 2010 en het persoonskenmerkenbestand 2010 de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2010 en sociaal economische statusklasse 2010. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. 12. Het college bepaalt met behulp van het VPPKB over 2010, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2010 en de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder naar GGZ regioklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. 13. Het college bepaalt met behulp van het VPPKB over 2010, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar éénpersoonsadresklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. 14. Het college bepaalt met behulp van de opgave door zorgverzekeraars per 1 juni 2011 van declaraties van dbc’s geneeskundige GGZ die in 2009 geopend zijn en van overige declaraties geneeskundige GGZ over 2009 de aantallen verzekerden naar de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse. 16. het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer uitsluitend in bij de vereveningskenmerken leeftijd en geslacht en regio. Abusievelijk is voor het tiende lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel