Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 7

Raming van de verzekerdenaantallen 2010

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2010· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2010

1. Uitgangspunt voor de raming is het persoonskenmerkenbestand 2009 dat de zorgverzekeraars op 1 juli 2009 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van deze opgaven is de datum van nominale premieprolongatie voor de maand juni 2009. 2. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2010, naar regioklasse 2010, naar GGZ-regioklasse 2010, naar éénpersoonsadresklasse 2010, naar jonger dan 18 jaarklasse 2010 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2010, op het in het eerste lid genoemde persoonskenmerkenbestand 2009. 3. Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2008. 4. Voor de vaststelling van de sociaal economische status klasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over het jaar 2007. Wanneer voor 2007 geen gegevens beschikbaar zijn baseert het college zich op gegevens over het jaar 2006. 5. Voor de vaststelling van de GGZ kosten lage drempelklasse en de GGZ kosten hoge drempelklasse, baseert het college zich op het bestand dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2010 is gebruikt en dat op 24 juli 2009 bij het college is aangeleverd. 6. Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor het macro-deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt: De verzekerden uit het persoonskenmerkenbestand 2009 worden geclassificeerd naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar regioklasse, naar FKG klasse, naar DKG klasse en naar sociaal economische statusklasse. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 7. Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als volgt: Voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg worden de verzekerden van 18 jaar en ouder geclassificeerd naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar GGZ-regioklasse, naar FKG GGZ klasse, naar sociaal economische statusklasse, naar éénpersoonsadresklasse, naar GGZ kosten lage drempelklasse en naar GGZ kosten hoge drempel klasse. Voor het macrodeelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg worden de verzekerden jonger dan 18 jaar geclassificeerd naar de jonger dan 18 jaarklasse. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 8. Het college bepaalt per verzekerde de zwaarte per FKG 2010 verder als volgt: Uitgangspunt is de opgave per 1 juli 2009 van alle declaraties farmaceutische hulp 2008 van de zorgverzekeraars aan het college. Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als kliniekverpakkingen; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe. Het college koppelt de opgave onder a met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het persoonskenmerkenbestand 2009 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel onder c per verzekerde in welke FKG klasse en FKG GGZ klasse de verzekerde valt. De verzekerde krijgt een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse, met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 5, tweede lid. Het college zet verzekerden die in het persoonskenmerkenbestand 2009 voor het eerst voorkomen per FKG op de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het persoonskenmerkenbestand naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht. Vervolgens past het college per verzekerde per FKG 2010 en per FKG GGZ 2010 een ophoogfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald onder d, met de prevalentieontwikkeling en berekent uiteindelijke zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Als een verzekerde niet in een FKG 1 t/m 23 2010 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG 0 geen FKG. Als een verzekerde niet in de FKG GGZ 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG GGZ 0 geen FKG GGZ. 9. Het college bepaalt per verzekerde de zwaarte per DKG 2010 verder als volgt: Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2009 van de declaraties van alle DBC’s die in 2007 geopend zijn. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave onder a en het persoonskenmerkenbestand 2008 per verzekerde in welke DKG 1 tot en met 13 2010 de verzekerde valt. De verzekerden die in het persoonskenmerkenbestand 2008 voor het eerst voorkomen worden per DKG op de gemiddelde prevalentie gezet van de overige verzekerden in het persoonskenmerkenbestand 2008 naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het persoonskenmerkenbestand 2009, waarbij de verzekerden een gewicht krijgen dusdanig dat de prevalentie per DKG per risicoklasse naar leeftijd en geslacht constant blijft. De verzekerde krijgt een gewicht afhankelijk van leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse. Als een verzekerde niet in een DKG 1 tot en met 13 2010 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij DKG 0. 10. Vervolgens past het college per risicoklasse naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomenklasse, regioklasse, GGZ-regioklasse, éénpersoonsadresklasse, sociaal economische status klasse, GGZ kosten lage drempelklasse, GGZ kosten hoge drempelklasse en jonger dan 18 jaarklasse een ophoogfactor toe, zodanig dat opschaling plaatsvindt naar de macro verzekerdenraming voor 2010. Voor de risicoklassen FKG, FKG GGZ en DKG geldt dat het verschil per risicoklasse naar leeftijd en geslacht tussen het persoonskenmerkenbestand 2009 en de macro verzekerdenraming 2010 terechtkomt bij FKG 0 geen FKG, bij FKG GGZ 0 geen FKG GGZ en DKG 0. 11. Tenslotte bepaalt het college per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden 2010 per zorgverzekeraar door per risicoklasse naar leeftijd en geslacht, FKG klasse, DKG klasse, aard van het inkomenklasse, regioklasse, GGZ regioklasse, éénpersoonsadresklasse, sociaal economische status klasse, GGZ kosten lage drempelklasse, GGZ kosten hoge drempelklasse en jonger dan 18 jaarklasse de zwaarten zoals bepaald in het tiende lid per risicoklasse bij elkaar op te tellen. 12. Het aantal verzekerden 2010 per zorgverzekeraar voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met een FKG GGZ 0 geen FKG GGZ bepaalt het college door het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 per zorgverzekeraar te verminderen met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 met een FKG GGZ 1. 13. Het college bepaalt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden voor de normatieve eigen risico opbrengst als volgt: Het college bepaalt per zorgverzekeraar op basis van het persoonskenmerkenbestand 2009, het elfde lid en artikel 5, het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2010 met een FKG 1 tot en met 23 2010. Het college bepaalt het aantal verzekerden per zorgverzekeraar van 18 jaar en ouder zonder een FKG 1 tot en met 23 2010. Per verzekerde bepaalt het college op basis van het achtste en het elfde lid welke zwaarte deze verzekerde heeft voor de risicoklasse naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomenklasse en regioklasse. Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het totaal aantal geraamde verzekerden 2010 per risicoklasse naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomenklasse en regioklasse door de zwaarten per risicoklasse naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomenklasse en regioklasse bij elkaar op te tellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel