Inzet van een AOE zal – gelet op de aard en ernst van het middel – in de regel plaatsvinden ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.
Aangezien de toestemming tot inzet van een AOE een zwaarwegende beslissing is, die verstrekkende gevolgen kan hebben, dient in beginsel de hoofdofficier van justitie, onder wiens gezag het opsporingsonderzoek plaatsvindt deze toestemming te verlenen. Over de inzet van de AOE-KLPD beslist de (landelijk) hoofdofficier van justitie. De hoofdofficier van justitie draagt zorg voor vervanging voor het geval dat hij zelf niet in staat is op een verzoek tot inzet te beslissen. Hij kan daartoe de plaatsvervangend of fungerend hoofdofficier van justitie aanwijzen of een officier van justitie in de rang van officier eerste klasse van zijn parket. Wie de toestemming heeft verleend, zal tot uitdrukking dienen te komen in de registratie die door het parket wordt gevoerd.
De verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van justitie, onder wiens gezag het opsporingsonderzoek plaatsvindt, brengt mee dat, in het geval een AOE moet worden ingezet in een ander arrondissement, hij – alvorens toestemming daartoe te verlenen – overleg pleegt met zijn ambtgenoot of diens plaatsvervanger. Dit overleg betreft de veiligheid ter plaatse waar de AOE moet optreden, niet de noodzaak van de inzet van de AOE. Daarbij zijn de navolgende aspecten van belang:
is de politie ter plaatse waar de AOE zal optreden afdoende geïnformeerd over dit optreden en;
zijn openbare orde en veiligheid ter plaatse waar de AOE moet optreden afdoende gewaarborgd (zulks gelet op de juiste verhouding met de betrokken burgemeester die de ambtgenoot in acht zal dienen te nemen).
Er kunnen omstandigheden zijn die overleg vooraf met de ambtgenoot niet mogelijk maken omdat er geen indicatie te geven is waar de AOE zal moeten gaan optreden. In deze gevallen dient de hoofdofficier van justitie, die toestemming tot de inzet van de AOE geeft, ervoor te zorgen dat in ieder geval op operationeel niveau de lokale politie geïnformeerd wordt zodra de AOE zal gaan optreden. Tevens dient hij zijn ambtgenoot achteraf zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van zijn toestemming tot de inzet van de AOE.
In geval één of meer aanhoudingen verricht moeten worden in een ander arrondissement dan dat waar het onderzoek plaatsvindt, zal in de registratie tot uitdrukking dienen te komen dat er ter zake (vooraf of spoedshalve achteraf) contact is opgenomen met de desbetreffende ambtgeno(o)t(en).
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7
Verlenen van toestemming tot inzet van een AOE
Onderdeel van Circulaire Aanhoudings- en ondersteuningseenheden (AOE 'en)· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 20 november 2009