Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.16

Artikel 7.16

Onderdeel van Waterregeling· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Voor het bepalen van de verhouding in het kalenderjaar tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof beslist de heffingsambtenaar op een aanvraag van een heffingplichtige als bedoeld in artikel 7.5, vierde lid, van de Waterwet bij voor bezwaar vatbare beschikking en geeft daarin in ieder geval voorschriften met betrekking tot de: afvalwaterstromen en de stoffen die in het vergelijkend onderzoek worden betrokken; tijdvakken waarin meting en bemonstering geschieden, hetzij ieder etmaal van die tijdvakken, hetzij één of meer daartoe aangewezen etmalen daarvan; wijze waarop de op de voet van onderdeel b verkregen uitkomsten worden herleid tot de verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof over het heffingsjaar. 2. Een afwijkende verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof in de geloosde stoffen als bedoeld in artikel 7.5, vierde lid, van de Waterwet geldt tot het heffingsjaar waarin een nieuwe verhouding wordt vastgesteld. 3. Veranderingen in de bedrijfsomstandigheden, die aanleiding kunnen geven tot een wijziging in de verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof in de geloosde stoffen in het kalenderjaar, worden door de heffingplichtige onverwijld gemeld aan de heffingsambtenaar. 4. Indien op grond van artikel 7.5, tweede lid, van de Waterwet door de heffingsambtenaar is ingestemd met meting, bemonstering en analyse in een beperkt aantal etmalen, wordt de voor deze etmalen vastgestelde verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof representatief geacht voor elk kalenderjaar in de door de heffingsambtenaar bepaalde looptijd van de beschikking. 5. Artikel 7.2 is van overeenkomstige toepassing bij een afwijkende verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof in de geloosde stoffen, met dien verstande dat in artikel 7.2, derde lid, voor ‘het zuurstofverbruik, zoals berekend volgens het tweede lid’ wordt gelezen: het zuurstofverbruik zoals berekend volgens de formule: Q × (X × ((TOC-DOC) + (DOC × f)) + 4,57 × (TNb – TON)) 1000 Waarbij: Q: afvalwaterhoeveelheid (m3/d) X: de afwijkende verhouding TOC: totaal organisch koolstof (mg/l) TNb: totaal gebonden stikstof (mg/l) TON: totaal oxideerbare stikstof (mg/l) = (NO2+NO3) NO2: nitriet stikstof (mg/l) NO3: nitraat stikstof (mg/l) 6. De heffingsambtenaar beslist op aanvraag van de heffingplichtige, die aannemelijk maakt dat daardoor de uitkomsten van de meting, bemonstering en analyse voor het bepalen van de verhouding in het kalenderjaar tussen het chemisch zuurstofverbruik en het gehalte totaal organisch koolstof niet wordt beïnvloed, dat van één of meer van de in deze regeling opgenomen voorschriften kan worden afgeweken en kan daaromtrent nadere voorschriften geven. 7. De beslissing van de heffingsambtenaar op een aanvraag als bedoeld in het zesde lid bevat in elk geval: de voorschriften van deze regeling waarvan mag worden afgeweken; de toegestane afwijkingen van de in deze regeling opgenomen voorschriften; nadere voorschriften van de heffingsambtenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel