Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Artikel 7.2

Onderdeel van Waterregeling· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik, VeO, wordt berekend door de som van het aantal gedurende elk etmaal van het heffingsjaar afgevoerde hoeveelheden zuurstofverbruik, uitgedrukt in kilogrammen, te delen door 54,8 kilogram. 2. De gedurende een etmaal geloosde hoeveelheid zuurstofverbruik, uitgedrukt in kilogrammen, wordt berekend volgens de formule: (Q × (3 × TOC + 4,57 × (TNb – TON)) [kg/etm] 1000 waarbij: Q: afvalwaterhoeveelheid (m3/d) TOC: totaal organisch koolstof (mg/l) TNb: totaal gebonden stikstof (mg/l) TON: totaal oxideerbare stikstof (mg/l) = (NO2+NO3) NO2: nitriet stikstof (mg/l) NO3: nitraat stikstof (mg/l) 3. Indien het zuurstofverbruik, zoals berekend volgens het tweede lid, voor tenminste 25% afkomstig is van biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen in het afvalwater, wordt op die waarde een correctie toegepast door deze te vermenigvuldigen met de correctiefactor f: f = (100 – T) 75 waarbij: f = correctiefactor T = het percentage van het zuurstofverbruik, zoals berekend volgens het tweede lid, dat afkomstig is van biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen. T wordt berekend bij: het lozen in een oppervlaktewaterlichaam van zuurstofbindende stoffen, vanuit een inrichting, in gebruik bij een provincie, een gemeente, een waterschap of een ander openbaar lichaam of het brengen van zuurstofbindende stoffen met biochemisch zuurstofverbruik van niet meer dan 20 mg/l vanuit een bedrijfsruimte met behulp van de methode van het biochemisch zuurstofverbruik na vijf dagen, volgens de in artikel 7.15 vermelde analysevoorschriften, in mg/l; het lozen in een oppervlaktewaterlichaam van zuurstofbindende stoffen in andere dan de onder a bedoelde gevallen met behulp van een andere toereikende bepalingsmethode. 4. Voor het bepalen van de correctie, bedoeld in het derde lid, wordt door de heffingplichtige een aanvraag ingediend. De aanvraag bevat in ieder geval: een omschrijving van de afvalwaterstromen waarvoor de correctie wordt aangevraagd; de wijze en frequentie van meten, bemonsteren en analyseren; het type, aantal en te volgen methodieken van de uit te voeren toxiciteitstesten en biodegradatieonderzoeken. 5. De heffingsambtenaar beslist op de aanvraag, bedoeld in het vierde lid, bij voor bezwaar vatbare beschikking waaraan voorschriften kunnen worden verbonden. Daarbij kan het in ieder geval gaan om voorschriften over de frequentie van meten, bemonsteren en analyseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel